Na scheiding kunnen partijen overeenkomen dat aan de echtgenoot of geregistreerd partner toekomend pensioen (het deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen) wordt omgezet in een eigen pensioen ten behoeve van de echtgenoot of geregistreerd partner.
Voor de deelnemer die minder dan de volledige arbeidstijd werkt of heeft gewerkt, geldt dat voor de vaststelling van de pensioengrondslag wordt uitgegaan van het pensioengevend salaris dat op 1 januari van het desbetreffende jaar bij een volledige arbeidstijd gegolden zou hebben. Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met een deeltijdpercentage, vastgesteld naar de verhouding tussen feitelijke en volledige arbeidstijd.
Bij de overgang van een onvolledige naar een volledige arbeidstijd - of omgekeerd - en bij wijziging van de mate van onvolledigheid, wordt het deeltijdpercentage opnieuw vastgesteld. Hierbij wordt er voor de toekomstige diensttijd steeds van uitgegaan dat de mate van (on)volledigheid van de arbeidstijd onveranderd blijft.
De franchise is een vastgesteld bedrag, dat van uw pensioengevend salaris wordt afgetrokken, bij de berekening van uw pensioen. De franchise wordt buiten beschouwing gelaten vanwege het feit dat iedere ingezetene al AOW krijgt. Pensioengevend salaris – franchise = pensioengrondslag. Over de pensioengrondslag wordt uw pensioen berekend.
Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling. Deze deelnemer heeft zijn pensioenaanspraken premievrij bij een vorige pensioenuitvoerder achtergelaten. Bij die pensioenuitvoerder staat de werknemer bekend als 'gewezen deelnemer' of 'slaper'. Deze deelnemer heeft geen waardeoverdracht laten uitvoeren.
Het pensioengevend salaris is het salaris dat voor de berekening van de pensioenaanspraken in aanmerking wordt genomen. Meestal is het pensioengevend salaris 12 maal het vaste maandsalaris vermeerderd met de vakantietoeslag. Zie voor de exacte omschrijving uw pensioenovereenkomst.
Tot het vaste maandsalaris rekenen we niet:
Uw werkgever kan bepalen dat in enig jaar een of meer van voornoemde onderdelen tot het pensioengevend salaris behoren.
Een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prepensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prepensioen was een tijdelijke regeling.
Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling. Deze deelnemer heeft zijn pensioenaanspraken premievrij bij een vorige pensioenuitvoerder achtergelaten. Bij die pensioenuitvoerder staat de werknemer bekend als 'gewezen deelnemer' of 'slaper'. Deze deelnemer heeft geen waardeoverdracht laten uitvoeren.
Het pensioen waarop de deelnemer aan een pensioenregeling aanspraak houdt bij ontslag. Het tijdsevenredig pensioen wordt gedefinieerd als het pensioen dat de deelnemer had kunnen bereiken bij voortgezet dienstverband tot de pensioendatum, verminderd met het pensioen dat de deelnemer zou kunnen opbouwen indien hij vanaf de datum van ontslag zou deelnemen in de regeling van de werkgever.
Een regeling van Vervroegde Uittreding vóór de reglementaire pensioendatum. De VUT stelt werknemers in staat om voor de oorspronkelijke pensioenleeftijd van 65 jaar te stoppen met werken. De VUT Is op vrijwillige basis. Vanaf 1 januari 2006 zijn de werknemerspremies voor de VUT niet meer aftrekbaar en is de werkgeversbijdrage belast. Deze nieuwe regel geldt niet voor de premies die betaald worden voor de VUT- uitkeringen van werknemers die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder zijn.
De pensioenwaarde die bij een vorige werkgever is opgebouwd, mag worden meegenomen naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Pensioenaanspraken worden daartoe afgekocht door de instelling die de pensioenregeling van de oude werkgever uitvoert, en het afkoopbedrag wordt vervolgens rechtstreeks overgedragen aan de instelling die de pensioenregeling van de nieuwe werkgever uitvoert. De werknemer koopt daarmee bij die instelling pensioenaanspraken in.
Het WIA-excedenthiaat zal ontstaan voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten, die een inkomen boven het maximum dagloon hebben. Deze werknemers krijgen volgens de WIA-regeling 70% van het verschil tussen het oude en nieuwe salaris, echter tot het maximum dagloon sociale verzekeringen. Het deel erboven (= excedent) kunt u verzekeren.
Binnen de WIA is een nieuw inkomenshiaat ontstaan. In de WAO ontving een arbeidsongeschikte werknemer al een uitkering vanaf 15% arbeidsongeschiktheid. Bij de WIA is de toelatingsdrempel gesteld op 35%. Dus krijgt u geen wettelijke uitkering meer als u minder dan 35% arbeidsongeschikt bent. Direct na uw ziekteperiode van twee jaar ontstaat een forse inkomensachteruitgang.
Het arbeidsongeschiktheidspensioen dat de werknemer bij arbeidsongeschiktheid ontvangt op grond van de WIA (wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Deze uitkering kan de vorm krijgen van de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) of van de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA):
Het nieuwe stelsel volgens de WIA geldt alléén voor werknemers die ziek worden of zijn geworden op of na 1-1-2004. Bestaande WAO'ers blijven in het oude stelsel, maar kunnen (als ze op 1-7-2004 jonger dan 50 waren) vanaf 1-10-2004 wel volgens nieuwe richtlijnen gekeurd worden.
